Personeel
Foto 123RF.com

Loonsverhoging horeca: wat verandert er?

Rond 1 januari 2018 hebben veel medewerkers recht op een loonsverhoging. Met welke verhogingen krijgt u te maken? En hoe berekent u het nieuwe loon als er meerdere verhogingen gelden voor uw medewerkers? KHN zet het op een rij.

Tekst: KHN

De nieuwe cao horeca gaat in per 1 januari 2018. Daarmee vervalt de toepassing van het KHN-Arbeidsvoorwaardenreglement (AVR) en de oude horeca-cao. Het verschil tussen vakkracht en niet-vakkracht blijft bestaan.

Wel vakkracht
Is uw medewerker vakkracht, dan toetst u allereerst of hij recht heeft op de prestatieverhoging (zoals eerder vastgelegd in het AVR of de oude horeca-cao). Een medewerker heeft hier recht op als hij in 2017 het hele jaar als vakkracht in dezelfde functie bij u in dienst is geweest. De mate van verhoging kunt u elk jaar voorafgaand aan de beoordelingsgesprekken vastleggen en communiceren aan uw medewerkers. Heeft uw medewerker inmiddels het eindloon bereikt (let op, dit is het eindloon uit de loontabel van 2017!) dan heeft hij geen recht meer op de prestatieverhoging.

Vervolgens toetst u het loon van uw medewerker aan de loontabel van 1 januari 2018. Per januari 2018 zijn de basis- en eindlonen verhoogd met een inflatiecorrectie van 1,3%. Download de loontabellen 1 januari 2018.
Heeft uw vakkracht een loon dat lager is dan het nieuwe basisloon van de betreffende schaal uit de loontabel, dan verhoogt u het salaris tot aan het nieuwe basisloon uit die tabel. Verdient de vakkracht al meer dan het nieuwe basisloon of zelfs meer dan het eindloon van de loontabel, dan past u verder geen verhoging meer toe.

Geen vakkracht
Wanneer uw medewerker geen vakkracht is, toetst u het huidige salaris alleen aan het nieuwe Wettelijk minimumloon (WML) per 1 januari 2018. Deze medewerker heeft geen recht op een prestatieverhoging. Verdient de medewerker al meer dan het verhoogde wettelijk minimumloon, dan heeft hij geen recht op een extra verhoging per 1 januari 2018.

Werkte u nog niet met het onderscheid wel of geen vakkracht?
U krijgt dan tot 1 april 2018 de tijd om de werkelijke loonbetalingen op de nieuwe cao-bedragen en voorschriften aan te passen. Dit betekent dat u per 1 januari 2018 per medewerker bepaalt of diegene wel of geen vakkracht is. 
U telt de gerealiseerde ervaringsuren in de functie, ook die van voor aanvang van de nieuwe cao, om te bepalen of iemand vakkracht is of niet. Is uw medewerker vakkracht, dan bepaalt u vervolgens in welke functiegroep de referentiefunctie van de medewerker wordt ingeschaald en past u uiterlijk per april 2018 het nieuwe loon toe, in overeenstemming met de loontabel.

Met welke verhogingen moet u nog rekening houden na 1 januari 2018?
Vanuit de nieuwe cao horeca geldt per 1 juli 2018 een verhoging van 1% op de loontabel (het basis- en eindloon) en een algehele verhoging van 1% op alle lonen voor vakkrachten. Dus ook de vakkrachten die al meer verdienen dan het eindloon uit de loontabel. Daarna kijkt u per 1 januari 2019 weer of een medewerker in aanmerking komt voor een prestatieverhoging en volgt nogmaals een inflatiecorrectie op de loontabel. Het CBS-inflatiecijfer is hiervoor begin november 2018 pas bekend. Per 1 juli 2019 geldt wederom een verhoging van 1%, dit is alleen op de loontabel (het basis- en eindloon).

Reactie toevoegen